Ingedeeld onder: NRC Handelsblad
Een jaar of twaalf geleden vergezelde een Engelse journalist de toenmalige premier John Major naar een cricketwedstrijd. In deze ontspannen ambiance zou de geplaagde politicus zich wel wat smeuïge roddels laten ontvallen. IJdele hoop. Major praatte alleen maar over cricket. Voor hem was het bezoeken van een cricketwedstrijd juist de aangewezen manier om de politieke misère in Westminster even te vergeten, net zoals hij veertig jaar eerder de ouderlijke flat aan Coldharbour Lane in het grimmige Brixton als het even kon verruilde voor het nabijgelegen cricketstadion The Oval. In datzelfde stadion kon men Major de ochtend na zijn smadelijke verkiezingsnederlaag tegen Tony Blair aantreffen.
Tijdens zijn premierschap mijmerde Major graag over Engeland met haar “lange schaduwen over cricketvelden”. Op die velden trof hij de simpele waarden aan die hij gaarne in de rest van de maatschappij wil terugzien: fair play, ingetogenheid en respect. Waar hij er, dankzij een ontembare promiscuïteit bij de leden van zijn kabinet, niet toe is gekomen om het devies ‘Back to Basics’ waar te maken, daar zou hij er als crickethistoricus keurig in slagen. In More Than a Game: the Story of Cricket’s Early Years ontdoet Major de cricketgeschiedenis van romantische mythen. Liever legde hij de nadruk op het lot van de gewone cricketers; zij die het cricket verrijkten, maar er zelf zelden rijk van werden. Een foto op de boekomslag verraadt reeds deze invalshoek: langs het veld staat niet alleen een kathedraal, maar ook een reeks fabrieken.
Hoewel er aanwijzingen zijn dat een vorm van cricket al in 1180 gespeeld werd, laat Major het boerenspel ‘creckett’ halverwege de zestiende eeuw op het platteland van het Zuidoost England beginnen. In de puriteinse jaren van James Stuart en Oliver Cromwell (die net als Major het kiesdistrict Huntingdon vertegenwoordigde) werd deze ‘hellish passtime’ door de kerk verafschuwd. Het zou de zondagsrust verstoren en gebroken kerkramen opleveren. Desondanks zou cricket geleidelijk aan populariteit winnen. Het vormde een beschaafd alternatief voor boksen, hanengevechten en feestgedruis bij openbare executies. Daarnaast bleek cricket lucratief te zijn, met name voor gokkers, cateraars en pubeigenaren. In Victoriaans Engeland konden talenten uit de arbeidersklasse dankzij suikeroompjes een mager bestaan als profspeler opbouwen, om soms in een Victoriaans werkhuis te eindigen.
Als een onderwijzer zet Major hier en daar wat helden op hun plaats. Zo bestrijdt hij het idee dat Lord Harris het cricket eind negentiende eeuw introduceerde in India. Een kleine eeuw eerder speelden de ‘Old Etonians’ al tegen, hilarisch, ‘de Rest van Calcutta’. Voorts toont Major aan dat de iconische W.G. Grace behalve cricketgenie ook een geldwolf, hork en valsspeler was. En als het aan cricketlegende Thomas Lord had gelegen, was ‘zijn’ cricketveld Lord’s, thans het hart van de cricketwereld, volgebouwd met huizen. Dat laatste moet Major pijnlijk bekend voor zijn gekomen. In het nawoord zegt hij het te betreuren dat hij het als premier niet heeft voorkomen dat tal van sportvelden zijn verkocht aan projectontwikkelaars.Dat, immers, is not cricket. Patrick van IJzendoorn John Major – More Than a Game: the Story of Cricket’s Early YearsHarperCollins, 2007. 434 pagina’s. 25 pond.
No Comments Yet tot nu toe
Plaats een reactie
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>