Gearchiveerd onder: NRC Handelsblad
Naast een huisdier, een poes, beschikken we in Greenwich ook over een tuindier, in de vorm van een vos. ‘s Nachts zwerft Smirre door de onheilspellende straten van Zuid-Londen en overdag slaapt hij onder de struiken, met zijn rug tegen de composthoop. Als dank voor de restjes Whiskas laat hij soms een onwelriekende drol achter. Smirre is één van de duizenden stadsvossen in Londen. De verwaalde plattelandsbewoners vertonen zich op de raarste plekken, zoals recentelijk in de etalage van een schoenenwinkel aan Portobello Road, op een perron van station Waterloo of op het dak van een gashouder. Ze vormen ook de rode lijn in Blake Morrison’s South of the River. Deze Zeitgeist-roman belicht het leven van enkele vrienden en familieleden tijdens de eerste vijf Blair-jaren. Ze wonen vrijwel allemaal aan de zuidoever van de Theems, waar het optimistische Things can only get better van New Labour met spanning tegemoet werd gezien. Kanswijken als Lewisham, Deptford en Bermondsey vormen er het ‘arse-end of London’, zoals een personage het uitdrukt. Het leven aan de ‘verkeerde kant van de Theems is zwaar, als het meezit tenminste. De spil van het boek is de dramaturg en schrijfdocent Nat, een semi-autobiografisch personage. Deze melancholische intellectueel raakt niet alleen teleurgesteld in zijn mislukte schrijverschap, maar ook in de belligerente Blair. Met Nat‘s vrouw Libby gaat het beter, in ieder geval met haar florerende advertentiebedrijfje. Van vossen moet ze weinig hebben – ze stinken – maar deze afkeer weerhoudt haar er niet van om een reclamefilm te produceren met een urban fox in de hoofdrol. Immers, uit een onderzoek kwam de vos naar voren als het troeteldier van de moderne Engelsman, van de Homo Blairicus.Dat geldt bijvoorbeeld voor Nat’s ex-leerlinge Anthea, een zweverige jongedame die als boomdeskundige bij de gemeente werkt. Haar ziel ligt van jongs af aan bij de vos. Via Nat probeert ze een bundel met vossenverhalen uit te geven, een voornemen dat tot niets leidt, behalve tot overspel en een echtscheiding. Anthea’s mysterieuze verschijning wekt Nat’s interesse in vossen, variërend van Chinese sprookjesvossen tot Reinaert. Wanneer Anthea hem plotseling verlaat, verandert deze interesse in een obsessie. Morrison gebruikt de vos ook op allegorische wijze. Foxy staat voor sluw, handig, onverschillig, promiscue, spookachtig, onbetrouwbaar en alleen op het eerste gezicht schattig. Hij is altijd alleen op pad en heeft een talent tot overleven. Deze karaktertrekken komen, in verschillende gradaties, terug bij Morrison’s personages. De dingen zijn voor hen niet beter geworden, maar ze proberen er, vallend en weer opstaand, het beste van te maken. In een filosofische bui wijst Nat op de paradox dat er in ons communicatietijdperk steeds minder wordt geluisterd, mensen geen tijd hebben voor elkaar en er minder intimiteit is. De stedelingen, de ‘whateveristen’ en ‘anythingarians’, leven als dolende vossen.De tragische antiheld van het verhaal is echter Nat’s oom Jack, die niet als een vos leeft, maar op ze jaagt. Tijdens de wekelijkse vossenjacht in Suffolk kan hij zijn zorgen omtrent zijn noodlijdende grasmaaierbedrijfje even vergeten. Met z’n liefde voor biefstuk, vermogen om verleidingen te weerstaan (waaronder overspel) en modderige laarzen staat hij symbool voor het oude Engeland, waar countryside synoniem stond voor country. Gaandeweg de jaren verliest hij alles wat hem lief is: vrouw, bedrijf en hobby. En z’n platteland, dat langzaam een recreatiezone wordt voor lamsvleesetende stedelingen. De sluwe stadsvossen van Blair zijn hem te slim af. Ze zitten nu achter hem aan, in plaats van andersom. Patrick van IJzendoorn South of the River – Blake MorrisonChatto & Windus, 2007. 520 blz. 25 euro.
Geef een reactie so far
Een reactie plaatsen