Notities uit een gekkenhuis


Interview Hanif Kureishi
20 maart 2008, 21:40
Gearchiveerd onder: De Groene Amsterdammer

De eerste vraag kwam van de geïnterviewde. Of ik de avond eerder voetbal had gezien op de televisie. Geheel onverwacht kwam de vraag niet omdat Hanif Kureishi voetbal regelmatig ter sprake brengt in zijn jongste boek, Something to tell you (Dit moet je weten). Zo refereert hij aan de karatetrap die de existentialistische Franse voetballer/filosoof Eric Cantona vijftien jaar geleden uitdeelde aan een racistische voetbalsupporter in Zuidoost Londen, evenals aan de hype rond Manchester United waar het zoontje van de hoofdpersoon supporter van is. Hoewel ik op de hoogte was van de uitslagen, moest ik erkennen dat het hedendaagse voetbal me weinig kan interesseren, om vervolgens te melden dat ik cricket interessanter vindt. Dat had de schrijver weer niet verwacht. “Een Nederlander die van cricket houdt. Curieus,” lachte hij. Nadat ik hem had bijgepraat over de Nederlandse cricketwereld, waar clubs als Asian, Jinnah en Gandhi actief zijn, vertelde de 53-jarige Kureishi dat zijn oom Omar een bekende cricketcommentator was in het Pakistaanse cricket. ‘De Stem van Aziatische sport’ luidde zelfs zijn bijnaam.Op zijn beurt is de schrijver Hanif Kureishi de stem van de Aziatische literatuur in het Verenigd Koninkrijk,een stem bovendien van een enfant terrible. Dat laatste is een gevolg van de thema’s die hij aansnijdt: een combinatie van ras, seks, homoseksualiteit, popmuziek, drugs, psychoanalyse en politiek. Hij werd in de jaren tachtig bekend door Stephen Frears’ verfilming van My beautiful laundrette, het verhaal van een homoseksuele relatie tussen een blanke skinhead en een Pakistaanse jongeman, die in de wasserette van zijn oom werkt. Twee jaar later stond in Sammy and Rosie get laid wederom een interraciale relatie centraal, waarbij ditmaal de chaos van thatcheriaans Londen nog nadrukkelijker aanwezig was. “Opeens werd duidelijk dat er een markt was voor zulke verhalen, voor films met een Aziatisch tintje. Het maakte de weg vrij voor succesvolle films als East is East en Bend it like Beckham,” blikt de schrijver terug. Zijn literaire debuut maakte Kureishi begin jaren negentig met The Buddha of suburbia, een gedramatiseerde vertelling over zijn jeugd in een ingeslapen, Londense buitenwijk. Het leverde hem de Whitbread Prijs op en de BBC maakte er een televisieserie van. Controversieel was zijn seksueel getinte roman Intimacy, met name ook door de niets verhullende verfilming van Patrice Chereau. Ook het verfilmde drama The mother, waarin een 70-jarige vrouw de vriend van haar dochter verleidt, ging niet opgemerkt voorbij. Voor zijn literaire verdiensten werd Kureishi onlangs geridderd tot Commander of the Order of the British Empire, een eerbetoon dat hij ondanks zijn afkeer van het koloniale verleden accepteerde.Het is niet te verwachten dat zijn jongste roman een schandaal zal veroorzaken. Al zijn bekende thema’s en obsessies komen weer langs, maar meer op een reflecterende wijze van een man die zijn wilde haren kwijt is. Centraal staat de liefde tussen de filosofiestudenten Jamal en Ajita, een liefde die Jamal verleidt tot een bijzondere variant op de crime passionele. De relatie loopt stuk, en de moord blijft zijn bestbewaarde geheim. Drie decennia later komen ze elkaar weer tegen. Ajita is inmiddels ongelukkig getrouwd, en Jamal heeft al een paar mislukte relaties achter de rug, en is inmiddels vader en een succesvol psychoanalyticus. De twee worden omringd door een kleurrijk ensemble personages. Jamal’s oudere zus Mirjam is een alleenstaande, lichtontvlambare moeder op wier lichaam “meer plaatjes hangen dan in de Tate”. Mirjam heeft een relatie met een salonsocialistische toneelregisseur die teleurgesteld is in New Labour en zich opmaakt voor de “blessuretijd van zijn leven”. Diens dochter Lisa zoekt naar de zin van het bestaan en is zo milieubewust dat zelfs haar dildo’s biologisch-dynamisch zijn. Uit Jamal’s huwelijk met de frigide Josephine is Rafi voortgekomen, een trendgevoelige puber wiens grote wens is dat pa en ma weer bijeenkomen. Ajita’s homoseksuele broer Mushtaq wordt een bekende zanger, wiens vriendje Alan wordt omschreven als een “Lady Bracknell aan de dope”. Voor al deze dolende personages geldt wat Le Rochefoucauld eens opmerkte over spoken en liefde: iedereen heeft het erover, maar niemand heeft ze werkelijk gezien.Het boek speelt zich ten dele af in Kureishi’s Shepherd’s Bush, een Westlondense wijk die hij in het boek omschrijft als “een rotonde met een hoop ellende rondom”. Kureishi houdt doorgaans audiëntie in zijn stamcafé aan Shepherd’s Bush Road, niet alleen voor journalisten maar ook voor zijn studenten Creatief Schrijven. En om de krant te lezen, getuige The Daily Mail die hij heeft meegebracht, de krant van wakker Engeland. Terwijl Kureishi een begin maakt met zijn verlate ontbijt, een croissant met brie, informeert hij wat ik van het boek vindt. “Jij bent één van de eerste beroepslezers die ik spreek,” lacht hij. Hij zegt met spanning uit te kijken naar de recensies. Ten tijde van het interview had alleen het satirische magazine Private Eye een recensie geschreven, in de vorm van een pastiche met als teneur dat het meer van hetzelfde is. “Het is mijn eerste dikke, ambitieuze boek,” zegt hij, “Het kerngegeven, de studentikoze liefde tussen Jamal en Ajita, die een incestueuze relatie met haar vader blijkt te hebben, lag er al in 1999. Maar er moest nog een kader omheen en dat is beetje bij beetje ontstaan. Tussendoor heb ik nog mijn memoires My ear at his heart geschreven, evenals The mother en Venus.”De ‘you’ in de titel verwijst in eerste instantie naar Ajita, want zij heeft, zonder het te weten, een verhaal tegoed van Jamal. Volgens Kureishi heeft de titel ook een bredere betekenis. “Het boek gaat over spreken, over openhartigheid. Ik ben opgegroeid in een tijd en in een wereld waarin mensen niet vertelden wat hun verlangens. In plaats daarvan kropten ze alles op totdat ze miserabel werden en gefrustreerd. Zwijgen is onderdeel van Jamal’s beroep. Als psychoanalyticus, een handelaar in geheimen, luistert hij vooral en spreekt hij weinig, ook buiten de behandelruimte. Wanneer Ajtia de waarheid uiteindelijk van een ander hoort, reageert ze opvallend toegeeflijk. Dan beseft Jamal dat hij het zelf gemakkelijk had kunnen vertellen. Binnen onze multiculturele samenleving geldt hetzelfde. We moeten spreken, we kunnen elkaar best de waarheid vertellen, zonder racistisch of beledigend te zijn.”Het hoge woord is eruit: de multiculturele samenleving. Deze ligt de laatste tijd onder vuur, niet alleen van conservatieven en tot het neoconservatieve gedachtegoed bekeerde ‘lefties’, maar ook opinieleiders als de bisschop van Rochester Michael Nazir-Ali en Trevor Philips, de voorzitter van de Commissie voor Rassengelijkheid. Het idee heerst dat het multiculturele ideaal heeft bijgedragen tot segregatie en, indirect, tot moslimfundamentalisme. “Het is onzin om te zeggen dat multiculturalisme heeft geleid tot fundamentalisme. Wat heeft geleid tot fundamentalisme is kolonialisme. Westerse inmenging in Aziatische landen heeft volgens hem gezorgd voor een sterke identificatie met de Islam. Het is een ideologie van bevrijding, gebaseerd op een socialistisch idee. Binnen de Islam is iedereen gelijk. Nou ja, niet echt, maar dat is het idee.” Wat Kureishi betreft is multiculturalisme een gegeven waar je niet voor of tegen kunt zijn. Voor hem is het echter niet een kwestie van leuke festivals, lekker eten en het vieren van elkanders cultuur. “Dat is betuttelend en banaal. We moeten op een volwassen manier met elkaar spreken, een dialoog voeren.” Dat er een wrijving bestaat tussen het (morele) conservatisme van de moslims en de vrijgevochten Westerse waarden die door hem zijn omarmd, ontkent Kureishi niet. Echter, hij waakt voor wat hij een ‘moreel imperialisme’ noemt. Het opdringen van de Westerse cultuur helpt niet en werkt volgens hem eerder averechts. “De verandering moet van binnenuit komen, niet van buitenaf. Dat gaat echter niet van de ene op de andere dag. Te zeggen dat moslims of andere immigranten zo snel mogelijk moet integreren is een verkapte vorm van racisme, voortkomend uit het fascistische idee dat iedereen hetzelfde moet zijn. Mensen moeten hun leven inrichten zoals ze dat zelf willen, zolang ze zich maar aan de wet houden. De overheid moet slechts zorgen voor een liberaal kader. Weet je wat trouwens ironisch is: de moslims zijn tegenwoordig de ware Engelsen: ze gaan naar de kerk, hechten waarde aan familieleven, hebben moeite met homoseksualiteit, gebruiken geen drugs, hebben respect voor autoriteit…”Racisme is een term die gemakkelijk valt wanneer Kureishi aan het woord is. Hij heeft er in zijn leven genoeg mee te maken gehad en nog steeds voelt hij zich regelmatig geschoffeerd, vooral wanneer bij buiten het kosmopoliete Londen komt. “Ik was vorige week in Duitsland en daar ik geïntroduceerd als ‘immigrant’, terwijl ik in Engeland ben geboren en gewoon een Engelsman ben. Dit was geen kwaadaardigheid, maar de immigranten bevinden duidelijk in de periferie van de Teutoonse cultuur. Het multiraciale idee is aan hen vooralsnog voorbij gegaan.” Dat is een situatie die Kureishi bekend voor moet zijn gekomen. Zijn jeugd speelde zich af in Bromley, de belegen Londense buitenwijk waar ook de bekende schrijver H.G. Wells vandaan kwam en kinderboekenschrijfster Enid Blyton heeft gewoond. Kureishi’s vader Rafiushan, telg van de dichtbevolkte Kureishi-familie die in Madras tot de gegoede klasse behoorde, emigreerde na de Tweede Wereldoorlog naar Engeland om rechten te studeren. Daar kwam weinig van terecht. Hij vond een baan op de ambassade, trouwde een Engelse vrouw en schreef in zijn vrije tijd boeken, die nooit gepubliceerd zouden worden. Van de manuscripten zou zijn zoon gebruik maken in My ear at his heart. De welgestelde Kureishi’s werden vanwege hun huidskleur op z’n best argwanend bekeken in Bromley, en dat terwijl ze zo Engels mogelijk probeerden te leven, wat terugkomt in de beroemde openingszin van The Buddha of Suburbia: “My name is Karim Amir, and I am an Englishman born and bred, almost.” De jonge Hanif ging naar dezelfde school als tijd- en plaatsgenoot David Bowie – wiens muziek als soundtrack diende in The Buddha of suburbia. De androgyne zanger zou altijd één van zijn helden blijven, temeer omdat deze eveneens moest vechten tegen de beklemmende sfeer in dit getto van gordijngluurders. Nadat eind jaren zestig de grote immigratiestromen op gang kwamen was het klimaat volgens hem openlijk vijandig: “Na de Rivers of Blood-speech van Enoch Powell en de opkomst van het National Front waren velen van ons waren echt bang dat we het land zouden worden uitgegooid.“ Deze vrees leefde vooral bij de Aziatische immigranten uit Oeganda die door Idi Amin over de grens waren gezet en in Engeland een nieuw leven wilden opbouwen, wat vaak op succesvolle wijze verliep. In het boek worden zijn vertegenwoordig door Ajita en haar familie. In hun geval kwam het gevaar echter niet alleen van ‘rechts’. Marxisten, veelal afkomstig uit de gegoede middenklasse riepen immers op tot stakingen in het naaiatelier van Ajita’s vader. Hoewel het economische motieven werden aangedragen, voelde Ajita dat racisme het ware motief was. De islamofobie na de zelfmoordaanslagen van 7 juli was voor haar een bevestiging. Het enige verschil was dat het scheldwoord ‘Paki’ was vervangen door ‘moslim’.Na zijn ontgroening in Bromley ging Kureishi filosofie studeren aan King’s College. Sporen daarvan zijn aan te treffen in Something to tell you, waar het denken van Ludwig Wittgenstein, Sigmund Freud en Jacques Lacan op de achtergrond meespelen. En niet te vergeten Arthur Schopenhauer, wiens vermoeden dat seks de meest volmaakte uiting is van de wil tot leven, een rode lijn vormt in dit boek. Vanwaar die obsessie met de geslachtsgemeenschap in z’n werk, vraag ik Kureishi na het bestellen van een tweede rondje koffie verkeerd. “Vind je het gek? Ik ben een opgegroeid ten tijde van de seksuele revolutie. Ik heb de omslag meegemaakt van een repressieve wereld naar een obscene, doorgedraaide samenleving zonder grenzen, waarin niets meer verborgen blijft. Herinner je het hoofdstuk dat zich afspeelt in de striptent? Geen van de aanwezigen is meer verbaasd bij het zien van bloot. Het lichaam heeft geen betekenis meer, geen geheimen meer. Het is dood. Het idee was dat wanneer je onderdrukking verwijdert, er geluk ontstaat. Echter, onderdrukking maakt verlangen mogelijk. Een vraag in mijn jongste boek is of wij dit allemaal hebben gewild, de wereld van exhibitionisme bij Big Brother.”Waar de jaren zestig en zeventig een seksuele, morele revolutie lieten zien, daar volgde in de jaren tachtig een sociaal-economische. In zijn jongste boek merkt een personage ironisch op dat Margaret Thatcher het conservatisme juist heeft vernietigd. Er ontstond een wereld van soaps en sterren, de wereld waar een van Jamal’s vriendinnen, de televisiepresentatrice Karen, in floreert. Kureishi “Elke idioot kon opeens rijk worden en de hebberigheid heeft de sociale verbanden en waarden vernietigd. Het is interessant hoe het thatcheriaanse idee van de vrijheid heeft geleid tot conformiteit, tot de vernietiging van individualiteit. Hebben we meer keuzevrijheid behalve dan tussen twee grote supermarkten…?” Kureishi vertelt over zijn verbazing toen hij tijdens een verblijf in Karachi, waar zijn grootouders na de deling tussen India en Pakistan heen waren verhuisd. Pakistan, bleek dat de intelligentsia ter plekke voor Thatcher en Reagan waren, als buffer tegen de bolsjewieken en de baarden. Echter, het wildwestkapitalisme van Thatcher (en haar opvolgers) heeft volgens Kureishi eveneens gezorgd voor een hang naar gemeenschapsleven, waar het moslimfundamentalisme een uiting van is.” Dat thema dook op in My son, the fanatic, een kort verhaal over een taxichauffeur die wanhopig ziet hoe zijn zoon een islamist wordt. In de loop van het verhaal wordt duidelijk hoe liberalisme een dogma kan worden, tegen zichzelf kan keren, als andere grote -ismen. Kureishi was één van de eerste Engelse schrijvers die aandacht schonk aan de opkomst van moslimfundamentalisme. Voor hem was 1989 bijvoorbeeld niet alleen het jaar van de Berlijnse Muur, maar óók van de fatwa tegen zijn vriend Salman Rushdie. Enkele jaren sprak hij schamper over Engelse schrijvers als Jeanette Winterson, Julian Barnes en Martin Amis, omdat ze geen van allen schreven over rasicme, politiek en fundamentalisme. Hij lacht wanneer ik deze opmerking ter sprake breng. “Wel. Amis schrijft over niets anders meer. Hij werd op een dag wakker, na die elfde september, twintig jaar nadat de anderen waren wakker geworden. En ja, hij zag dat fundamentalisme geen goed idee was. Komisch. Ras en religie zijn de grote thema’s van vandaag de dag. Dat is door Europese schrijvers lang genegeerd, dit in tegenstelling tot onze Amerikaanse collega’s uit de jaren zestig, zeventig, tachtig waar we altijd zo tegen opkijken. Nu beginnen we onze achterstand in te halen, waar het gaat om rassenbewust zijn, de plaats van Islam in de samenleving. Dat is volgens Kureishi grotendeels te danken aan Rushdie, wiens Midnight’s children de internationale roman naar het Verenigd Koninkrijk heeft gebracht en een hele generatie Brits-Aziatische schrijvers heeft beïnvloed op de manier waarop My beautiful laundrette dat deed in de bioscoop. Wanneer ik hem voorleg dat de Amerikaanse romancier John Updike heeft gezegd dat de Britse-Aziaten de Engelse romancultuur hebben gered, waarbij hij onder meer doelde op Kureishi’s The Body, kijkt hij glunderend op. “Heeft hij dat gezegd? Wat aardig.”Minder complimenten krijgt de ‘leftie’ Kureishi met zijn liefde voor alternatieve leefstijlen doorgaans vanuit conservatieve hoek. De criticus Michael Henderson noemde hem ‘een zeurpiet uit de buitenwijken’ terwijl hij met de filosoof Roger Scruton een vinnige polemiek achter de rug heeft. Kureishi moet weinig hebben van de nostalgie naar Merry England, het Engeland van vroeger. De hedendaagse drang naar ‘Englishness’ neemt hij amper serieus: “Het komt op mij over als een imitatie, als een verkleedpartij. Het is Engels fundamentalisme.” Eén peiler van het oude Engeland komt hem wel goed van pas: de particuliere school. Zijn oudste zoons – een veertienjarige tweeling in zijn eerste van twee huwelijken – gaan naar de City of London-school. “Ik zou willen dat het niet nodig was, maar vergeleken met mijn jeugd is het openbaar onderwijs sterk verslechterd. Erger, onder Tony Blair zijn er tal van confessionele scholen opgericht, wat de verdeeldheid tussen groepen mensen groter maakt. Nog even en er is een Scientology-school. De overheid zou juist moeten zorgen voor goed seculier onderwijs voor iedereen, ongeacht afkomst of financiële middelen.” Met dat laatste duidt hij op een andere zorg: de tweedeling. Het Londen waar hij van houdt, de stad, zoals hij schrijft in Something to tell you, “van bannelingen, vluchtelingen en immigranten, mensen voor wie de metropool iets buitenaards was”, verdwijnt langzamerhand. “De stad wordt een speeltuin voor een nieuw soort immigranten: rijke Arabieren, Amerikanen, Russen… Voor gewone mensen, ik doel op kunstenaars, verplegers, onderwijzers, wordt het bestaan hier steeds lastiger. Je moet of arm zijn of heel rijk. Mensen vluchten naar buitenwijken, waar ze geïsoleerd bestaan leiden en hunkeren naar een dosis spiritualiteit.” Het Boeddhisme?, suggereer ik, knipogend naar zijn debuut. “Ja,” gniffelt Kureishi. “Dat is de perfecte ideologie voor het kapitalisme: op jezelf gericht, geen kritisch zelfonderzoek, geen betrokkenheid met de wereld om je heen en totale vergetelheid. Ik doel niet op het boeddhisme van de Tibetaanse monniken, maar op de vrijblijvende Westerse variant. Ja, religie is inderdaad opium voor het volk.” Patrick  van IJzendoorn     


Geef een reactie so far
Een reactie plaatsen



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s



Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

%d bloggers like this: