Ingedeeld onder: De Groene Amsterdammer
Alles wordt duurder in Engeland. Het volk mort over de kosten van brood, boter en benzine. Gordon Brown zelf ontkomt niet aan de inflatie. De premier heeft afgelopen week ruim 385 duizend pond per stem op Labour moeten uitgeven in het kiesdistrict Crewe & Nantwich. De regeringspartij koestert daar een meerderheid van 7078 stemmen, maar dreigt de zetel donderdag bij een tussentijdse verkiezing te verliezen aan de Conservatieven. Om de kiezers te paaien heeft Brown 2.7 miljard pond geleend voor een lastenverlichting. Hiermee probeert hij de schade te compenseren die het afschaffen van het laagste belastingtarief teweeg zal brengen bij de laagste inkomens. Het 10% tarief was bij de jongste begroting heimelijk geschrapt om een belastingstunt voor de modale inkomens te financieren.
Vooralsnog hebben de kiezers in Crewe argwanend gereageerd op de geste van Brown, die een indrukwekkende metamorfose heeft ondergaan van een prudente penningmeester tot ‘The Bribe Minister’. Inmiddels heeft hij alle tachtig leden van de regering, gesommeerd af te reizen naar het stadje in Noordwest-Engeland, een bekend overstapstation dat in de jaren tachtig onevenredig zwaar getroffen is door de bezuinigingen van Margaret Thatcher bij de spoorwegen. De gehanteerde tactiek is er eentje die doorgaans wordt aangewend als niets anders meer werkt: het aanvallen van de tegenstander op diens afkomst.
Die tegenstander is de 34-jarige advocaat Edward Timpson, telg van een nouveau riche-familie die rijk geworden is door de verkoop van schoenen voor de (lagere) upper-class. Labour maakt er in de verkiezingslectuur een punt van dat hij in een landhuis van 1.5 miljoen pond woont, compleet met Zuid-Amerikaanse lama’s in de achtertuin. Hij is, zo wordt kiezers in Crewe voorgehouden, een elitaire “toff” en, onheilspellend, “one of THEM”. Labour-activisten in rokkostuums en bolhoeden achtervolgen Timpson tijdens het canvassen.
De populariteit van deze tactiek binnen de regering-Brown komt omdat nogal wat prominente Conservatieven van gegoede komaf zijn. Vooral het feit dat ze het staatsonderwijs hebben weten te vermijden wekt de toorn binnen progressieve kringen. De regeringsgezinde Guardian is zelfs met een gids gekomen waarin alle politici worden genoemd die particulier onderwijs hebben genoten, waarbij men is vergeten te melden dat vrijwel elke reactiechef, en de hoofdredacteur, naar een soortgelijke opleiding is geweest.
Sterker, vergeten wordt vaak dat ook veel Labour-ministers baat hebben gehad met particulier onderwijs. Het kopen van dure huizen is evenmin een exclusief Conservatieve bezigheid. Niet tevreden met hun 3.6 miljoen pond kostende optrekje in Londen, hebben de Blairs onlangs het oude landgoed van de acteur Sir John Gielgud voor vier miljoen pond gekocht. Het ironische is bovendien dat juist de Labour-kandidaat Tamsin Dunwoody “toff”-trekjes vertoont. Ze blijkt niet alleen het erfelijkheidsprincipe aan te hangen – wanneer ze wordt gekozen volgt ze haar pas overleden moeder op – en eerste klas te treinen, maar heet eigenlijk Dunwoody Kneafsey.
De meeste kiezers zal het niettemin een zorg zijn naar welke school een kandidaat is geweest, of hoeveel achternamen hij of zij heeft. ‘Toff’-zijn kan weer, net als in het Edwardiaanse tijdperk. Zangers Dido is het, acteur Richard Curtis en ook Richard Branson. Men ziet momenteel liever inspirerende kostschooljongens dan klassenloze technocraten. Dat merkte Dunwoody toen ze in de supermarkt een winkelende kiezer aansprak. “Hallo, ik ben Tamsin Dunwoody,” stelde ze zich voor. “En ik ben druk,” luidde het antwoord.
No Comments Yet tot nu toe
Plaats een reactie
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>