Gearchiveerd onder: VPRO Gids
Over geen onderwerp is in Engeland tijdens het afgelopen decennium zoveel gedebatteerd als over de vossenjacht. Ruim zevenhonderd uur hebben Lager- en Hogerhuisleden het lot van de vossen besproken alvorens het vijf jaar geleden tot een niet te handhaven jachtverbod kwam. “Het was allemaal kinderachtig politiek gekissebis over class,” zegt Brits-Canadese filmmaakster Molly Dineen, wanneer ik haar op een terrasje in de Londense Holland Park-buurt spreek. “Over het echte dierenleed, de schrijnende situatie in de bio-industrie en de armoede bij de boeren is al die jaren amper gepraat. Het is hypocriet.”
Deze hypocrisie staat centraal in haar anderhalf uur durende documentaire The Lie of the Land, waarmee ze twee jaar geleden een prijs van de British Academy of Film and Television Arts won. Het is, zegt ze, haar meest didactische film ooit. Aanvankelijk was het haar bedoeling om een film maken over de gevolgen van het jachtverbod op plattelandsgemeenschappen. Achter de jacht gaat immers een hele industrie schuil, compleet met paardenfokkers, kennelhouders en zadelmakers. Bovendien speelt de jacht een belangrijke rol in het gemeenschapsleven. Het onderwerp paste in Dineen’s oeuvre waarbinnen Englishness, de teloorgang van oude instituties, het inperken van de oude vrijheden terugkerende thema’s zijn.
Al snel tijdens het filmen verlegde ze haar aandacht van vossen naar veestapels. In Cornwall was ze meegereden met de ‘vleesronde’ van twee kennelhouders. Ze zag hoe boeren kerngezonde, onrendabele kalveren door de kop schoten en de kadavers voor een grijpstuiver meegaven. Langs officiële weg zouden ze 70 pond per dood dier moeten betalen aan een verwijderingsambtenaar. Dineen bracht het doodschieten in beeld, scènes die doen denken aan de videoclip van Morrissey’s Meat is Murder. “Ik houd niet van shockerende en sensationele beelden, maar dit hoorde gewoon thuis in de documentaire. Dit gebeurt dagelijks op het platteland. De boeren vinden het vreselijk maar staan financieel met hun rug tegen de muur.”
De stadse Labour-regering heeft nooit bovenmatige interesse getoond in plattelandszaken, wat merkbaar was tijdens de mishandeling van diverse epidemieën. “Blair wilde van het platteland één groot pretpark maken voor recreërende stedelingen. Boeren moesten volgens hem veranderen van voedselproducenten in hoeders van het land. Daarom hebben we in dit land geen minister voor landbouw meer maar een staatssecretaris voor plattelandszaken,“ zegt Dineen. In de documentaire komt een boer uit de Cotswolds aan het woord die Blair’s dwingende advies heeft opgevolgd en naast het houden van runderen tegen zijn zin ook fazanten verkoopt aan jagers. Een adviseur helpt hem met de bureaucratie waarmee ook boeren tegenwoordig te maken hebben.
Kleine veehouders ondervinden steeds meer concurrentie van ‘factory farms’, in binnen- en vooral ook buitenland. Alleen hobbyboeren laten hun koeien nog buiten grazen. Intensieve veeteelt is noodzakelijk omdat machtige supermarkten als Tesco en Sainsbury de prijs kunnen bepalen. Indirect ligt de schuld van veel dierenleed daarom bij consumenten die al te vaak wel de prijs maar niet de waarde van bijvoorbeeld een kip kennen. Wat Dineen niet zegt, maar wel lijkt te denken, is dat haar film ook handelt over naïviteit. “Twee pond voor een kip of een halve pond voor een liter melk is absurd,” zegt Dineen, die vertelt dat ze een keer een als een vos verklede dame tijdens een anti-jacht demonstratie een koffie verkeerd had zien drinken. “Ik vroeg me toen af of ze besefte hoeveel dierenleed vooraf is gegaan aan de goedkope melk in haar bakkie en of ze ook zou willen strijden voor het welzijn van kalveren.”
Haar documentaire kreeg in de pers lovende kritieken, en een recensente opperde dat ‘The Killing Fields’ een passende titel zou zijn geweest. Of het veel zal helpen, betwijfelt ze. “Ik weet niet of televisie in dit opzicht het gedrag van mensen bepaalt. We hebben in Engeland enorm veel kookprogramma’s. Deze ‘food porn’ heeft vooralsnog niet geleid tot een afname van het aantal kant-en-klaar maaltijden, waarvan de ingrediënten hele wereldreizen hebben afgelegd.” Wat in de vijf jaar na het filmen van The Lie of the Land wél is veranderd, is de populariteit van de vossenjacht. “Gejaagd wordt er nog steeds en ironisch genoeg door steeds meer mensen. Het is allerminst een privilege van de aristocratie zoals de class warriors denken.” Volgens Dineen toont het aan dat menselijk gedrag lastig via wetten te veranderen is. Dat zeggende, een accijns op goedkoop vlees zou ze toejuichen, al beseft ze dat weinig politici hiervoor durven pleiten.
Patrick van IJzendoorn
Geef een reactie so far
Een reactie plaatsen