Gearchiveerd onder: Varia
Waar zouden het existentialisme, het marxisme en het logisch-positivisme zijn zonder café’s? Eeuwenlang zijn er grote, niet altijd even goede, ideeën ontstaan onder de laaghangende tabaksmist in de Europese koffiehuizen, tot en met de Franse revolutie en de Europese Economische Gemeenschap. Beroemd zijn café Brazileira in Lissabon waar Fernando Pessoa graag kwam, café Hawelka in Wenen waar Friedensreich Hundertwasser tot de stamgasten behoorde en de Ständige Vertretung waar Gunther Grass koffie dronk. Fameus zijn natuurlijk de Parijse café’s in Saint-Germain-des-Près waar zich, onder bezielende leiding van Jean-Paul Sartre, het Franse denken zich afspeelde. In Amsterdam dienen café’s als Het Papeneiland en De Pels tot de huiskamers van de intelligentsia, waar kranten worden gelezen, notities worden gemaakt, koffie verkeerd wordt gedronken en zonder achtergrondmuziek wordt geconverseerd. Wanneer je een kaart schetst van de Europese koffiehuizen, dan heb je meteen een idee van het intellectuele klimaat van Europa, zei George Steiner eens. Aan de periferie van zijn denkbeeldige kaart plaatste hij Groot-Brittannië en Ierland. Volgens hem kennen de eilanden geen echte café society. Toen hem door de schrijver Jeremy Paxman werd gevraagd waarom je geen Sartre in een Engels café aantreft luidde zijn antwoord simpelweg: a) Geen Sartre b) Geen café. In plaats daarvan zijn er pubs, waar je aan de bar een biertje drinkt in plaats van aan een tafeltje stilletjes zit te lezen. Vroeger had Londen wel fraaie koffiehuizen. Dat kwam met name door de Ottomaanse invloed. Onomstreden was het niet. Koffie stond bekend als ‘The Thinker’s Drink’, wat geen compliment was. In zijn Historia Vitae et Mortis waarschuwde Francis Bacon tegen het drinken van koffie en later zou koning Karel II de import van koffie en andere exotische drankjes tijdenlijk verbieden. In de koffiehuizen werd meer over zaken en andere mensen gepraat dan over politiek of de zin van het bestaan. Lloyd’s werd in een koffiehuis opgericht. Het huisorgaan was The Spectator, het blad waarmee Joseph Addison filosofie vanuit de universiteiten en bibliotheken naar de clubs en koffiehuizen wilden brengen. De meeste koffiehuizen zijn in de loop der tijd verdwenen. Café Royal, waar Oscar Wilde, audiëntie hield en zijn ondergang tegemoet ging, heeft het nog tot eind 2008 volgehouden. Toch is er de laatste tien jaar iets als een café society onstaan in Engeland, of misschien is Nescafe society een beter begrip. Op elke straathoek is wel een Caffè Nero, een Costa of een Starbucks te vinden, maar deze locaties lijken in de verste verte niet op de Europese koffiehuizen. Ze zijn te steriel, te nieuw en de koffie wordt er niet met liefde gezet. “Het is niet overdrijven om te beweren,” zo schreef de Engelse journalist en cultuurpessimist Jon Henley, “dat Hemingway, Fitzgerald, Sartre en De Beauvoir niet tot giganten van de wereldliteratuur zouden zijn uitgegroeid wanneer ze in plaats van sterke expresso in de bekende café’s aan de linkeroever de caffe lattes van Starbucks tot zich hadden genomen.”
Geef een reactie so far
Een reactie plaatsen