Notities uit een gekkenhuis


De kinderen van Maggie
2 februari 2012, 18:57
Gearchiveerd onder: Volkskrant | Tags:

Jacob Rees-Mogg

Hij heeft zijn eigen plek in het Lagerhuis: helemaal rechts boven in de hoek. Vanaf die plek heeft Jacob Rees-Mogg (Ston Easton, 1969) zich ontwikkeld tot het orakel van Somerset, het graafschap waarvan hij het noordoostelijke deel vertegenwoordigt. Kamerleden blijven altijd zitten wanneer Rees-Mogg aan het woord is. ‘More, more,’ klonk het toen Rees-Mogg een koningsgezinde toespraak hield waarin hij zijn goedkeuring uitsprak over het besluit van Queen Elizabeth I om een kamerlid dat zijn twijfels had gezet bij haar onfeilbaarheid een maandje in de Tower te gooien. De katholieke Rees-Mogg is het prototype van de Young Fogey, een deftige jongeman met een wereldvisie van een hoogbejaarde. Hij zou niet hebben misstaan in het zeventiende-eeuwse House of Commons. Of passender: in het Hogerhuis, naast zijn vader, een oud-hoofdredacteur van The Times en vertrouwelinge van Margaret Thatcher. Vader en zoon zijn even eurosceptisch. David Camerons ‘succesvolle optreden in Brussel’ deed Jacob denken an de ‘hoogtijdagen van de nobele Barones Thatcher’. De politieke ambities van de voormalige zakenbankier van Lloyd George Management waren in 1997 voor het eerst aan het licht gekomen toen hij, samen met zijn nanny rondrijdend in een Bentley, een verkiezingscampagne voerde in een Schots mijnwerkersdistrict. Meer stemmen wist hij te winnen in de welvarende West-Country waar hij vandaan komt, mede doordat hij zich in de weken voor de verkiezingen zo weinig mogelijk op straat vertoonde. Gevraagd naar zijn coördinatiepunten binnen de klassemaatschappij sprak Rees-Mogg de onvergetelijke woorden: ‘Ik ben een man van het volk. Vox Populi, Vox Dei.’

 

Zac Goldsmith

 

De enige joodse varkensboer van Engeland, voormalig hoofdredacteur van The Ecologist en liefhebber van David Attenboroughs natuurdocumentaires, inclusief die over klimaatverandering. Op het eerste gezicht is Zac Goldsmith (Londen, 1975) geen typische Tory. Schijn bedriegt, want volgens deze Jort Kelder van Engeland is natuurbehoud bij uitstek een conservatief onderwerp. Het woord zegt het al: conserveren. Of hij de stem van zijn buurtbewoner Attenborough kreeg is niet bekend, feit is wel dat de vrouwen van Richmond vielen voor de knappe Zacharias, die continu sjaggies draaiend (met één hand!) campagne voerde in deze lommerrijke buitenwijk van Londen. In strijd met oude campagnewijsheden meende hij wat hij zei. Goldsmith stamt uit adellijk Anglo-Ierse geslacht. Mijn katholieke moeder Annabel is een bekende Londense nachtclubeigenares, zijn inmiddels overleden vader James, een joodse miljardair, deed in 1992 aan de landelijke verkiezingen mee met zijn anti-Europese Referendum Party en zijn zus Jemima, een mensenrechtenactiviste, was getrouwd met de Pakistaanse cricketer/politicus Imran Khan. Als kamerlid strijdt Goldsmith tegen grootschaligheid, of het nu gaat om de bio-industrie of bedrijven als Starbucks en Sainsbury die de middenstand van de kaart vegen. Zijn grootste interesse is milieu en hij denkt, met Arnold Schwarzenegger, dat economische vooruitgang samen kan gaan met milieubehoud. Volgens Goldsmith, die heeft meegelopen in een biologische modeshow van de Soil Association, was uitgerekend Margaret Thatcher degene die het milieu op de internationale politieke agenda heeft gezet. David Cameron wilde Goldsmith benoemen tot zijn voornaamste milieu-adviseur, maar zag er vanaf nadat Goldsmith mee had gedaan aan de anti-Europese opstand.

 

Louise Mensch

 

De foto in The Daily Telegraph afgelopen maandag had geen onderschrift nodig: een blondine die met handtas poseert onder een foto van Margaret Thatcher. Dat moest Louise Mensch (Londen, 1971) zijn, de afgevaardigde van Corby zich in haar debuutjaar als kamerlid heeft ontpopt tot wannabe-Thatcher. Ze beleefde zelfs een Thatcher-moment toen ze tijdens een zitting van de kamercommissie de zaal verliet om haar kinderen van school te halen. Dat deed denken aan Thatcher, die ooit een vergadering verliet om bacon voor Denis te kopen (‘Alleen ík weet welke hij lekker vindt, heren!’). Door haar optredens tijdens het Murdoch-onderzoek profileerde Mensch, telg van adellijke katholieke familie, zich als een koele, nauwkeurige en sarcastische politicus. Reeds op haar veertiende had Mensch zich, geïnspireerd door Thatcher, aangemeld bij de Conservatieve Partij. Na te hebben gewerkt in de platenindustrie (en coke te hebben gesnoven met violist Nigel Kennedy), besloot ze te gaan schrijven. Haar succesvolle debuut Career Girls werd gevolgd door dertien chick-lit-boeken. Mede door haar naamsbekendheid kwam ze terecht op de A-lijst, waarmee Cameron zijn partij populairder wilde maken bij vrouwen en etnische minderheden. La Mensch werd de pin-up van de tweede feministische golf binnen de Conservatieve Partij, free-market feminism. Tot haar ergernis wordt Mensch meer als vrouw dan als politicus beoordeeld. Terwijl de ‘Iron Maiden’ liever praat over zaken als de vossenjacht (voor), de EU (tegen) en sociale media (stilleggen tijdens grote rellen), krijgt ze telkens te maken met de vraag of ze wel of geen face-lift heeft ondergaan gedurende het zomerreces.

 

Kwasi Kwarteng

 

De Conservatieven leverden de eerste joodse premier (Disraeli), de eerste vrouwelijke (Thatcher) en de eerste uit de arbeidersklasse (Major), en als ze in de toekomst ook de eerste zwarte premier naar voeren te schuiven, dan is Kwasi Kwarteng (Londen, 1975) de voornaamste kandidaat. In het jaar dat Thatcher haar derde verkiezingsoverwinning behaalde, ging deze zoon van Ghaneze immigranten, met een studiebeurs, naar Eton College. Na deze eliteschool te hebben overleefd, bestudeerde hij de klassieken en de moderne geschiedenis op Trinity College, Cambridge. Uit die tijd dateert ook zijn eerste televisieoptreden, als lid van een team dat University Challenge won. Hij promoveerde in de geschiedenis van de economie. Na te hebben gewerkt als financieel analist in de City maakte Kwarteng carrière binnen de Conservatieve Partij. Hij vertegenwoordigt Spelthorne, een hemelsblauw kiesdistrict op de beursbengelgordel onder Londen. Tijdens de verkiezingscampagne noemden zijn partijgenoten hem de ‘Zwarte Boris’. Net als de burgemeester van Londen, houdt hij van het geschreven woord. In Ghosts of Empire analyseerde hij de puinhopen die de Britten in onder meer Irak, Soedan en Nigeria hebben achtergelaten. Zijn kritiek gaat vooral uit naar de koloniale bestuurders, bijna zonder uitzondering heren van stand die zich vooral zorgen maakten over de gesteldheid van de cricketvelden in Afrika en Azië. Dit is een echo van Thatchers kritiek op het Old Boys Network dat Engeland bestuurde toen zij aantrad. Tevens was Kwarteng één van de jonge Thatcher Tories die meewerkten aan het manifest After the coalition. Thatchers afkeer van coalities blijkt erfelijk te zijn.

 

Rory Stewart

 

De enige van de vijf die enige bekendheid geniet in Nederland, dit dankzij een optreden bij Wintergasten. Dat Rory Stewart (Hong Kong, 1973) daarvoor gevraagd werd, had te maken met zijn opmerkelijke loopbaan. Anders dan de vele hedendaagse politici, heeft hij volop met de voeten in de maatschappelijke modder gestaan. In de modder welteverstaan van Irak, waar hij aan de vooravond van de geallieerde inval een gouverneurschap bekleedde, en van Afghanistan, waar hij in 2006 werkte voor een liefdadigheidsorganisatie. Tussen 2000 en 2002 maakte hij bovendien een voettocht van 6000 mijl van Turkije naar Bangladesh, talen lerend en T.S. Eliots vers Het barre land reciterend. Over zijn avonturen schreef deze hedendaagse Lawrence van Arabië enkele boeken, waarvan The Prince of the Marshes in het Nederlands is vertaald. Tevens diende Stewart, zoon van een geheim agent, in een Schotse legereenheid, doceerde hij Mensenrechten op Harvard en gaf hij de koninklijke prinsen bijscholing. Anders dan de andere kinderen van Thatcher is hij een late bekeerling. In zijn jonge jaren ging zijn sympathie uit naar Labour, maar zijn ervaringen met het beleid van Westerse landen in Afghanistan – bureaucratie, streefcijfers en micromanagement –  maakten van hem een Burkeaanse conservatief. Zijn aandacht gaat vooral uit naar buitenlandpolitiek. Zowel wat betreft de Brusselse politiek als het liberale interventionisme is hij een anti-idealist. De buitenlandpolitiek moet even beperkt als praktisch haalbaar zijn, maar wát je doet moet je goed doen. Een voorbeeld van dit Stewartism, zoals The New Yorker het doopte, was de interventie in Libië.

 


Geef een reactie tot nu toe
Een reactie plaatsen



Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.