Gearchiveerd onder: Volkskrant
De Fransen en de Engelsen staan vandaag weer eens tegenover elkaar. Ze koesteren een vermakelijke haatliefdeverhouding, ook op voetbalfilosofisch gebied, waar de invloed van de Fransen op de Engelsen groter is dan andersom. Op een januariavond in 1995 gaf Eric Cantona een eigen invulling aan het fenomeen ‘kick and rush’ door tjjdens een voetbalwedstrijd in Zuid-Londen een karatetrap uit te delen aan een onbeschofte voetbalsupporter. Voor de Engelsen was dit incident een welkome aanleiding om weer eens tekeer te gaan tegen de vermaledijde Fransen. Een commentator beweerde dat Cantona beïnvloed was door het ‘immorele’ existentialisme van de filosoof (en doelman) Albert Camus. Dat Manchester United die bewuste winteravond in het zwart speelde, het thuistenue van de existentiefilosofen, kon haast geen toeval zijn. De kung fu-affaire omtrent de Franse dichter, filosoof en voetballer was een curieus intermezzo in een eeuwenlange burentwist. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn dan ook perfecte tegenstanders: de landen zijn ongeveer even groot, koesteren allebei een koloniaal verleden en zijn in militair opzicht aan elkaar gewaagd, al beschouwen de Britten de Fransen als ‘cheese-eating surrender monkeys’. De verschillen zijn echter groter dan de overeenkomsten. De burgers van de Republiek reden in de elegante Citroën DS rond, drinken koffie op een terras en volgen het cartesiaanse devies ‘Ik denk, dus ik ben’. De onderdanen van Hare Majesteit reden in de malle Mini rond, staan met een biertje in de kroeg en hebben na eeuwen nog geen antwoord op Shakespeare’s vraag ‘To be or not to be?’. Britten zijn dan ook meer geïnteresseerd in mensen dan in ideeën. Zelfs wanneer ze samenwerken worden de verschillen zichtbaar. Neem de Kanaaltunnel, een grand projet waar de Fransen al van droomden sinds de tijd van Napoleon. Bij de aanleg werkten, zo merkte voormalig Londen-correspondent Peter Brusse eens op, dat de Fransen met een gedetailleerde blauwdruk, terwijl de Britten als een stel rugbyspelers tijdens een scrum een gat in de kalkgrond begonnen te hakken. Tot ieders verbazing waren de biefstuketers eerder bij het midden. De tunnel heeft beide volkeren dichterbij gebracht. Duizenden oudere Engelsen met genoeg geld en vrije tijd hebben tweede huizen in Frankrijk gekocht om te genieten van het Franse leven, met name het eten en de zorg. Tegelijkertijd namen vele duizenden jonge Fransen, op zoek naar werk, de hogesnelheidstrein naar Londen Waterloo. Het grote geld was niet alleen in de City te vinden, maar ook in de voetbalstadions. Terwijl de Franse nationale ploeg – Vive la République! – vaak beter presteert dan de Engelse, is het Engelse clubvoetbal vermogender, prestigieuzer en succesvoller dan het Franse. Cantona was één van de pioniers, in wiens kielzog spelers als Patrick Viera, Thierry Henry en, meer recentelijk, Hatem ben Arfa arriveerden. Boring Arsenal groeide onder Arsène Wenger uit tot een elegant, quasi-Frans team. Jonge Engelse sterspelers als Theo Walcott en Alex Oxlade-Chamberlain zien in Henry hun leermeester, net als de Mancunians ‘King Eric’ als hun idool beschouwen. Mochten de Engelsen vandaag voor het eerst sinds dertig jaar op een groot toernooi van de Fransen winnen, dan is dat een beetje te danken aan het beschavingsoffensief van de voetballende existentiefilosoof Cantona.
Geef een reactie so far
Een reactie plaatsen